Wet Liberalisering energiebedrijf

Liberalisering energiebedrijf

De vrije energiemarkt

Tot voor kort kende Nederland een groot aantal regionale energiebedrijven. Ieder energiebedrijf verzorgde in zijn eigen regio de levering en distributie van energie en het beheer van de netten.

De in 1996 door de Europese Unie uitgevaardigde richtlijn voor de geleidelijke invoering van een gemeenschappelijke energiemarkt bracht hier verandering in. De richtlijn had tot doel een vrije Europese energie- en gasmarkt te creëren waar meerdere leveranciers van gas en elektriciteit hun diensten grensoverschrijdend zouden kunnen aanbieden. In Nederland resulteerde dit in de invoering van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet 2000.

Door deze wetten kunnen energieklanten voortaan zelf bepalen wie hun leverancier van gas of elektriciteit is. Dat kan een traditioneel energiebedrijf zijn, maar ook een buitenlandse energieleverancier of een dotcombedrijf dat energie via internet verkoopt. Uitgesloten hiervan is de levering van water en levering van gas bij stadsverwarming (hierbij wordt het gas centraal geleverd voor de verwarming van een hele buurt of wijk).

Aanvankelijk was het de bedoeling dat alle klanten in 2007 hun energieleverancier zouden kunnen kiezen. De overheid heeft het oorspronkelijke plan versneld. De versnelling houdt in dat de keuzevrijheid reeds vanaf uiterlijk 2004 voor iedereen gaat gelden. De keuze vrijheid wordt in een aantal stappen gerealiseerd:

  • Grote klanten van gas en elektriciteit hebben nu al keuzevrijheid.
  • Kopers van groene stroom elektriciteit kunnen vanaf 1 juli 2001 hun leverancier kiezen. (Uit het oogpunt van milieu zijn extra inspanningen nodig geweest. Daarom hebben overheid en energiebedrijven alles in het werk gesteld om per 1 juli 2001 reële keuzevrijheid te realiseren voor alle afnemers van groene stroom.
  • De groep middenverbruikers krijgt keuzevrijheid op 1 januari 2002.
    In de elektriciteitsmarkt bestaat deze groep uit afnemers met een doorlaatwaarde van meer dan 3 X 80 ampère en een beschikbaar elektrisch vermogen van ten hoogste 2 megawatt per aansluiting.
    In de gasmarkt bestaat deze groep uit afnemers met een jaarlijks gasverbruik van tenminste 1.000.000 m3 gas.
  • Consumenten en kleine bedrijven krijgen keuzevrijheid op uiterlijk 1 januari 2004.

Om dit mogelijk te maken moeten er tal van organisatorische en technische werkzaamheden worden verricht. Uitgangspunt vormen de bepalingen uit de Elektriciteitswet en de Gaswet. De minister van Economische Zaken draagt zorg voor nadere regels die uit deze wetten voortvloeien, bijvoorbeeld om eerlijke concurrentie tussen alle bedrijven te garanderen. De onafhankelijke toezichthouders zullen op de naleving daarvan toezien. Ook moeten de diverse marktpartijen afspraken gaan maken over vele praktische en technische zaken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de meting van het energieverbruik, uitwisseling van gegevens tussen energiebedrijven en ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie. Landelijk sluitende afspraken zijn noodzakelijk zodat alle energiebedrijven tijdig gereed zijn voor de vrije energiemarkt en de klant straks daadwerkelijk en zonder rompslomp van leverancier kan wisselen. Je kunt je voorstellen dat dit (zeker in het begin) een gigantische informatie stroom op gang brengt. Mede hiervoor is het Clearinghouse in het leven geroepen. Het Clearinghouse is een soort STandaard Uitwisselings Formaat (STUF) voor het optimaliseren van gegevensuitwisseling tussen leverancier en netbeheerders. Leveranciers van energie hebben echter geen plicht om hieraan deel te nemen

Spelers op de energiemarkt

  • Producenten:

Dit zijn de fabrikanten van energie.

  • Netbeheerders:

De netbeheerder is de beheerder van het regionale energienetwerk (ook wel transportnetwerk). De netbeheerder is verantwoordelijk voor onderhoud en uitbreiding van het net. De netbeheerder opereert uitsluitend in het aan hem toegewezen gebied en is verplicht om stroom te transporteren voor iedereen die op zijn net is aangesloten, ongeacht wie de leverancier is. Meerdere leveranciers maken gebruik van hetzelfde energienetwerk.

  • Leverancier

Leverancier koopt energie bij de producent en biedt dit de klant aan. De leverancier maakt gebruik van het net van de netbeheerder.

  • Klant

Deze consumeert de energie en betaald hiervoor.

 

Knip in de taken van het energie bedrijf

Door de wet op de energieliberalisering mogen de netbeheerderstaken en leverancierstaken niet meer door dezelfde rechtspersonen worden uitgeoefend. Daarom zijn energiebedrijven zich op dit moment zo aan het opsplitsen in verschillende dochtermaatschappijen. Daarnaast worden activiteiten die niet behoren tot de kerntaken van het energiebedrijf afgestoten.

 

Bij facturering heeft de klant heeft de keuzemogelijkheid tussen het  leveranciersmodel en het netbeheerdermodel. Indien hij kiest voor het netbeheerdermodel ontvangt de klant twee facturen.

De rekening van het netbeheer kan dus op de factuur van de leverancier, andersom is dit niet mogelijk. De netbeheerder heeft het verbod om activiteiten van derden uit te voeren. Dit verbod staat in art 12, lid 1, letter d Energiedistributiewet.

“De rechtspersoon, aan wie een distributiebedrijf toebehoort, mag niet goederen of diensten leveren aan derden, indien hij daardoor in concurrentie treedt met anderen, tenzij het betreft:

Het ten behoeve van anderen innen van vorderingen, voor zover dat tegelijk geschiedt met het innen van de vergoeding voor elektriciteit, gas, warmte of water, geleverd door het distributiebedrijf.”

Artikel 12 is een tijdelijke blokkade. Per 1 januari 2004, als de markt open is, wordt deze blokkade opgeheven.

De leverancier is verplicht om zijn klantenbestand te geven aan de netbeheerder.