WOZ en OZB Aanslag

Belasting en legaliteit:

Voor belastingheffing is legaliteit nodig. Dit betekent dat wetten toestemming moeten geven om belasting te heffen. De eerste legaliteit vinden we reeds in de Grondwet, te weten art. 132 lid 6; “De wet bepaalt welke belastingen door de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden geheven en regelt hun financiële verhouding tot het rijk.”

In deze nota zal de belastingheffing verder worden uitgewerkt. Eerst wordt de gemeente onder de loep genomen, daarna het waterschap.

 

Belastingsoorten

 

De gemeente:

De gemeente kan overgaan tot het invoeren van belastingen op basis van de Gemeentewet en de Wet milieubeheer. Hierna volgt een opsomming van de mogelijke belastingensoorten en een kleine omschrijving van de belastingsoort:

 

  • 220: Onroerende Zaak Belasting (OZB)

OZB wordt geheven voor het hebben en/of gebruiken van een onroerende zaak. Dit is de belangrijkste belastingbron van de gemeente. De uitkering van het Rijk is afhankelijk van je belastingcapaciteit. Indien er niet voldoende belastingcapaciteit benut is, krijg je minder uitkering uit het gemeentefonds. De opbrengst is in beginsel niet gebonden aan een maximum, maar er wordt natuurlijk wel gekeken wat maatschappelijk als een aanvaardbare belastingdruk wordt gezien.

  • 221: Roerende Ruimte Belasting

Binnen de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten, die duurzaam aan een plaats zijn gebonden en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, doch niet onroerend zijn. De roerende woon- en bedrijfsruimtenbelasting vallen buiten de definitie van de inkomstenmaatstaf uit het gemeentefonds en tellen niet mee voor de vaststelling van de algemene uitkering. Het invoeren van deze belasting zorgt er voor, dat bijvoorbeeld de bewoners van woonboten ook bijdragen aan de infrastructuur waar ze gebruik van maken.

  • 222: Baatbelasting

Een bepaald gedeelte van de in de gemeente gelegen onroerende zaak, die gebaat is bij de door of met medewerking van de gemeente getroffen voorzieningen, kunnen worden betrokken in de baatbelasting. De kosten van de voorzieningen kunnen op deze manier worden terug verkregen.

  • 223: Forensenbelasting

Er zijn 2 forensenbelastingen:

  • Slaapforensen: personen die meer dan 90 maal per belastingjaar nachtverblijf houden.
  • Woonforensen: personen die meer dan 90 dagen van het jaar een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
  • 224: Toeristenbelasting

De belasting wordt geheven van hen, die gelegenheid tot verblijf biedt. Deze is bevoegd de belasting te verhalen op degenen, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

  • 225: Parkeerbelasting

De gemeente kan parkeerbelasting heffen van degene die het voertuig heeft geparkeerd op de door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.  Ook kan men weggedeelten aanwijzen. die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Met de heffing van parkeerbelasting kan de gemeente een parkeerregulerend beleid voeren.

  • 226: Hondenbelasting

Degene die een hond houdt, (de eigenaar of de verzorger) binnen de gemeente-grenzen kan worden verplicht tot het betalen van een hondenbelasting.

  • 227: Reclamebelasting

Terzake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg kan een reclame belasting worden geheven.

  • 228: Precario

Kan geheven worden terzake van het hebben van voorwerpen onder op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

  • 229: Rechten (retributies)

Voor het gebruik van gemeenteeigendommen en -diensten kunnen rechten worden gevraagd. De inkomsten mogen de geraamde lasten echter niet overstijgen. Met andere woorden, de prijszetting moet kostendekkend zijn.

  • 15.33 WMB: Afvalstoffenheffing

De gemeente heeft de wettelijke plicht tot het (laten) ophalen en verwerken van huisvuil. Ter bestrijding van de kosten, kan ze een belasting heffen.

 

Belastingsoorten

Het waterschap:

Inhoudelijk kan het waterschap slechts heffen ter grootte van haar (begrote) kosten ten aanzien van haar 2 taken: Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Kostendekkend dus. De heffingen die hieruit voortvloeien zijn afkomstig uit de kostentoedelingsverordening (WsW art.119).

Art. 110 vermeldt, dat het Algemeen Bestuur (AB) besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een waterschapsbelasting door het vaststellen van een belastingverordening.

In art. 113 worden de belastingen genoemd die een waterschap mag heffen, te weten:

  • de precariobelasting

Precariobelasting (art. 114) wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de grond of water van het waterschap, voor de openbare dienst bestemd.

  • Rechten

Rechten (art. 115) worden geheven ten aanzien van:

  • het gebruik (overeenkomstig de bestemming) van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het waterschap;
  • het genot van door of vanwege het bestuur van het waterschap verstrekte diensten;
  • het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of ontheffingen.
  • omslagen

Omslagen (art. 113) worden geheven ter zake van de kwantiteitstaken van het waterschap. (het hoogteniveau van het water in sloten en rivieren). Daarom wordt deze heffing ook wel de droge voetenheffing genoemd.

De omslagen worden genoemd in artikel 116 WsW. Dit zijn de omslagen voor de belastingplichtigen:

Omslag gebouwd (voor eigenaar), omslag ongebouwd (voor eigenaar en pachters), ingezetenen omslag.

  • Zuiveringsheffingen

Op basis van artikel 16 Wet Verontreiniging Oppervlaktewater.

 

 

 

 

 

 

Legaliteit:

Wat moet er gebeuren om de belasting ook daadwerkelijk te kunnen heffen?

 

Verordening:

Volgens art. 216 van de Gemeentewet moet de gemeenteraad daarvoor een verordening vaststellen. In deze verordening moet in ieder geval komen te staan: de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is. De belastingrechter kan de verordening toetsen. Bij de totstandkoming van de verordening moet ook rekening worden gehouden met de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur en de over het onderwerp gevormde jurisprudentie.

 

Mandaat, delegatie of attributie:

De ambtenaar belast met heffing en inning:

De Raad heeft vanuit art. 216 Gemeentewet de bevoegdheid geattribueerd gekregen om belastingen te heffen. Art. 156 van de Gemeentewet (art.83 Waterschapswet) geeft aan dat delegatie (overdragen) van bevoegdheden door de raad aan het College van B&W is toegestaan. Bij mandatering (naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen) blijft de bevoegdheid onder verantwoordelijkheid van het aangewezen orgaan. Art. 231 gemeentewet maakt de Algemene wet, de invorderingswet 1990 en de Kostenwet van toepassing op de gemeentebelastingen. Hierin wordt tevens de heffingsambtenaar en de inningambtenaar genoemd.  Artikel 232 geeft hierbij de mogelijkheid aan B&W om dit te delegeren naar een bepaalde ambtenaar, dit via een aanwijzingsbesluit. (zie de bijlagen voor een voorbeeld van een aanwijzingsbesluit.) De heffingsambtenaar en de invorderingsambtenaar kunnen in 1 persoon verenigd zijn. De feitelijke werkzaamheden worden vaak bij mandaat uitgevoerd door de medewerkers van de afdeling belastingen.

 

Beleid:

Niet alle regels voor het heffen van belastingen zijn vastgelegd in wetten. Voor sommige delen heeft de gemeente daar vrijheid in. Toch is het makkelijk om als gemeente een rechte lijn te volgen bij bepaalde werkzaamheden. Deze lijn wordt dan vastgelegd in regels. Dit wordt beleid genoemd. De ambtenaar weet nu hoe te handelen in bepaalde gevallen, en mag zich hierop beroepen. Ook de burger mag de gemeente er op aanspreken wanneer zij van haar beleid afwijkt.

 

Publicatie van de besluiten:

Voor zowel de verordeningen, de mandaat- delegatie- en aanwijzingsbesluiten, als wel het beleid geldt dat het besluiten van algemeen verbindende voorschriften inhouden. Op basis van artikel 139 gemeentewet moeten deze besluiten worden gepubliceerd, om rechtsgeldigheid te verkrijgen. Publiceren gebeurt door publicatie in het gemeenteblad, dan wel in een andere door de gemeente algemeen verkrijgbaar gestelde uitgave. Ook zal een afschrift van de besluiten op het gemeentehuis ter inzage moeten liggen.

 

Conclusie:

Gezien het feit dat de gemeente nog maar net is gecreëerd is het niet nuttig om alle genoemde belastingen in te voeren. Hierbij kun je denken aan Forensenbelasting en parkeerbelasting. OZB is echter zeker gewenst, dit is de grootste inkomstenpost voor de gemeente uit belastingen. Ongeveer 10 tot 12 % van de begroting zijn opbrengsten door OZB. Bij het invoeren van belastingen en het vaststellen van de tarieven bestaat er kans op afbreukrisico. Er is dan te weinig draagkracht bij de bevolking om de belasting in te voeren. Waar rekening mee moet worden gehouden is in o.a:

  • Samenloop 2 belastingen voorkomen (reclame/precariobelasting)
  • Onredelijke en willekeurige belastingheffing
  • Veel bezwaar en beroepszaken bij invoeren van nieuwe belastingen (burgers/bedrijven)
  • Onjuiste kostentoerekening (achterstalling onderhoud in baatbelasting)

 

 

 

 

 

 

Geadviseerd wordt om de volgende belastingen in te voeren:

Gemeente Waterschap
Onroerende zaak belasting Omslagen
Precariobelasting Rechten
Rechten Zuiveringsheffingen
Afvalstoffenheffing Precariobelasting
Hondenbelasting

 

Na de beslissing van de raad hebben we een rechtsgeldige verordening, een verantwoordelijke ambtenaar, een ambtenarenapparaat voor de uitvoering van de werkzaamheden en een eenduidige werkwijze.  Het werk kan beginnen.

 

Bij wege van aanslag; De gecombineerde aanslag.

 

Kortweg gezegd is een gecombineerde aanslag een rekening waarop de aanslagen van de diverse belastingsoorten tezamen zijn gebracht.

 

De gecombineerde aanslag ontleent zijn legaliteit aan de artikelen 239 van de gemeente wet en  129 van de Waterschapswet. Hierin staat dat je voor een belastingplichtige meerdere belastingen op 1 biljet mag zetten.

Wat niet mag bij een gecombineerde aanslag is het samenvoegen van verschillende belastingen uit verschillende jaren. Ook de voorlopige en definitieve aanslag mogen niet op het zelfde biljet.

 

De voordelen van de gecombineerde aanslagen kunnen zijn:

  • De burger krijgt in principe slechts 1 aanslag in het begin van het jaar. Daarop staan alle belastingen die de organisatie aan de belastingplichtige wil opleggen. De belastingplichtige weet waar hij aan toe is.
  • De bezwaarschriften tegen meerdere aanslagen op het gecombineerde biljet kunnen als één geheel worden behandeld.
  • De betaling van de aanslag kan worden gespreid over een groot deel van het belasting jaar.
  • Bij de gecombineerde aanslag houd je alle werkzaamheden binnenshuis. Je weet dus precies hoe je er voor staat en waar het goed en slecht gaat.

De nadelen van een gecombineerde aanslag kunnen zijn:

  • Bij het niet goed werken van het systeem kan het voorkomen dat een belastingplichtige toch meerdere biljetten thuis gestuurd krijgt. Deze heten dan allemaal gecombineerde aanslag en ze zijn van het zelfde jaar. Dit kan verwarrend werken voor de belastingplichtige.
  • Voor deze manier van aanslagoplegging is het noodzakelijk dat je voldoende capaciteit op de afdeling belastingen aanwezig hebt om alle werkzaamheden goed en op tijd af te handelen. Als dat niet het geval is zullen er grote achterstanden gaan ontstaan.

 

Zalmsnip

De zalmsnip is een vanuit de centrale overheid geboden mogelijkheid om de lasten van huishoudens met maximaal 45,38 euro te verminderen (art. 229d Gemeentewet).

Deze vermindering krijgen de gemeenten terug van het rijk. Bij het gebruiken van de gecombineerde aanslag is het heel eenvoudig en goed zichtbaar om deze vermindering door te voeren.

 

Meeliften

Bij meeliften worden werkzaamheden die normaal door de afdeling belastingen worden gedaan overgeheveld naar andere organen. Meeliften is een containerbegrip er zijn veel varianten denkbaar, maar essentieel is het gebruik maken van derden inzake de heffing en invordering, waarbij derden de beschikking hebben over noodzakelijke gegevensbestanden.

Het meeliften is mogelijk in relatie tot de lokale belastingen. Het meeliften gaat bijvoorbeeld via de energienota van het nutsbedrijf. Deze bedrijven hebben vaak de belastingplichtige als klant en kunnen de belasting in hun nota’s opnemen. Hierdoor verloopt de inning soepel door gespreide betaling via de voorschotnota’s. Dit wordt ook wel verkapte belastingheffing genoemd.

De kosten van het meeliften worden doorberekend aan de gemeente. Hier tegenover staat dat de gemeente geld uitspaart op personeel, minder kwijtscheldingsverzoeken en (dwang)inningskosten.

Tot voor kort werd er veelvuldig gebruikt gemaakt van de constructie meeliften. Maar momenteel hebben we te maken met een nieuw fenomeen dat het geheel wat gecompliceerder maakt: De wet liberalisering energiebedrijf.

Deze wet houdt in dat de burger zijn nutsvoorzieningen niet meer bij 1 nutsbedrijf hoeft af te nemen, maar dat hij mag gaan “shoppen”. Hierdoor komt de belastingplichtige bij verschillende leveranciers van energie terecht. Wil een leverancier dan eigenlijk wel meeliftactiviteiten blijven beheren? Het meeliften met het energiebedrijf staat erg ter discussie. Er zijn al partijen die hebben aangegeven dit niet meer te willen doen.

Meer over de wet liberalisering en de energiebedrijven vindt u in een van de volgende hoofdstukken.

 

 

Gevolgen meeliften voor de formele kant van heffen en innen.

Meeliften is heffing op andere wijze. Deze vormvrije variant is ooit geïntroduceerd om gemeente en waterschappen een ruime mogelijkheid te geven om te heffen en te innen. Heffing op andere wijze is geregeld in art. 233a Gemeentewet

Door wie en hoe leg je bij meeliften de aanslag op?

In art. 233a Gemeentewet wordt gesproken van de schriftelijke kennisgeving. Deze is in principe gelijk aan het aanslagbiljet en de bezwaar-/beroepsmogelijkheid moet dus worden aangegeven.

De kennisgeving moet worden uitgegeven door de heffingsambtenaar. Deze werkzaamheden zullen doorgaans door de afdeling belastingen worden gedaan, daar dit niet goed past binnen de werkzaamheden van de nutsbedrijven. Maar dit kan natuurlijk ook worden uitbesteed. Indien een aanslag bestaat, kan er worden meegelift.

Welke besluiten zijn noodzakelijk om over te gaan op meeliften?

Voordat hier invul­ling aan kan worden gegeven, moet eerst de wettelijke bevoegdheid worden geregeld, bijvoorbeeld door de directeur van het nutsbedrijf als onbezoldigd ambtenaar te benoemen. Bij het aanwijzen door de gemeente en het waterschap van een onbezoldigd heffingen- en invorderingsambtenaar kan deze tevens worden belast met het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften. (ook dit zal in de praktijk niet echt vaak voorkomen). Van groot belang bij het meeliften is dat de verordeningen kloppen. De aangegeven wijze van heffing, en wijze van betaling en termijnen van betaling (bij niet aangeven geldt de systematiek van  invorderingswet). Hiervoor moet overleg plaatsvinden met het energiebedrijf over de wijze waarop zij factureren. Daarop moeten de verordeningen aansluiten. Om de burgers van de veranderende heffingswijze op de hoogte te brengen, zal er een publicatie moeten komen via de plaatselijke media.

Bestaan er kennisgevingen waartegen geen bezwaar en beroep mogelijk is?

Voorheen bestond de voorlopige kennisgeving. Hiertegen stond geen bezwaar/beroep open. Inmiddels bestaat door wetswijziging de voorlopige kennisgeving niet meer.

Gemeenten en waterschap zullen er voor kiezen om het afhandelen van bezwaren in eigen hand te houden. De burger zal het bezwaar sturen naar het orgaan dat wordt genoemd op de kennisgeving. Het is de gemeente die veelal belast zal zijn met de heffingswerkzaamheden.

 

Gevolgen voor de invordering / kwijtschelding.

Het meeliften op het gebied van de invordering kan tot  voordelen leiden. Het scheelt de afdeling invordering veel werk en betalingen komen vrijwel altijd binnen.

Meestal zijn het dezelfde personen die bij de belastingen voor de verschillende belastingsoorten een dwangbevel krijgen. Als de invordering door het nutsbedrijf wordt gedaan, zal het zo snel niet tot een dwangbevel komen. Als mensen hun energierekening niet betalen, dan worden ze afgesloten. Dit wil men voorkomen en men zal dan dus ook gewoon de belasting betalen.

Kwijtschelding:

Degenen die kwijtschelding voor belastingen aanvragen moeten dit weer bij de gemeente of het waterschap doen. Dit is bij meeliften niet altijd duidelijk.

 

Overige gevolgen

Als er voor meeliften gekozen zal worden, heeft dit o.a. gevolgen voor de organisatie van de gemeenten en het waterschap. Hiermee zal rekening gehouden moeten worden. Door het uitbesteden van een gedeelte van de werkzaamheden zal bekeken moeten worden of er voor de huidige bezetting voldoende werk is. Indien er teveel personeel is, is het maar de vraag of meeliften een goede optie is. Als het personeel niet op een natuurlijke wijze afvloeit is het mogelijk om door herplaatsing of omscholing het perso­neel in dienst te houden.

Automatisering; Er zal onderzoek moeten plaatsvinden of uitlevering naar het nutsbedrijf geen problemen zal opleveren. Het is goed mogelijk dat een geheel nieuw automatiseringssysteem aangeschaft moet worden.

 

 

Valkuilen bij meeliften

Maar er zijn ook problemen te verwachten. Veel gemeenten hebben in de verordening bepaald dat belastingplicht op begin van het belastingjaar ontstaat. Bijvoorbeeld afvalstoffenheffing: indien de belastingplichtige naar buiten de gemeente gaat verhuizen, gaat een nutsbedrijf automatisch terugbetalen. Dit is in sommige gevallen problematisch omdat in de verordening op geheel andere wijze restitutie wordt verleend.

Problematiek met de voorlopige aanslag. Bijvoorbeeld afvalstoffenheffing en rioolrecht. Op welk moment staat belastingplicht vast? Navorderen kan niet bij wijzigen van de bijvoorbeeld VVE of huishoudensamenstelling als de nota van het energiebedrijf de belastingsschuld vaststelt, dan gaat ‘’nieuw feit’’ niet op. Er is in feite sprake van inkomensderving.

 

Wet gemeenschappelijke regelingen

Tenslotte kan er gedacht worden aan een combinatie van de hiervoor genoemde gecombineerde aanslag en meeliften. Het kan doelmatig zijn om door middel van art. 61 Wet gemeenschappelijke regelingen  gezamenlijk met het Waterschap belastingen te gaan heffen.

Zie hiervoor ook art. 232 van de Gemeentewet. Het heffen van de belastingen zijn echter beperkt tot de in art. 30 Wgr genoemde belastingen precario, rechten en afvalstoffenheffing.